Waar eens de paardentram reed

Muziek gegenereerd door AI. Tekst: (c) 2026 Peter Keijsers Uit een nog uit te brengen dichtbundel WAAR EENS DE PAARDENTRAM REED Waar eens de paardentram reed, door straten oud en smal, Klinkt nu de fietsbel, en het stadse rumoer overal. Venlo, mijn stad, met een hart vol historie, Vertelt verhalen, vol van glans en glorie. De Martinuskerk rijst statig op, met toren hoog en fier, Getuige van de tijd, van ieder komend jaar en hier. Rondom het oude stadhuis, pronkstuk in de stad, Verzamelden zich vroeger, voor handel en een praatje, dat. De Maas stroomt rustig voort, een zilveren lint door het land, Spiegel van de hemel, en van de stad aan haar rand. Bruggen verbinden oevers, van oud naar nieuw de gang, Waar ooit een veerboot voer, met zachte, wiegende zang. Van Rosarium's bloemenpracht tot Parade's leven, Heeft elke plek een eigen ziel aan Venlo gegeven. De geur van bier, van Hertog Jan, vermengd met verse vlaai, Een culinaire reis, voor iedereen die is komen aangewaaid. De vastelaovend viert men hier uitbundig, met lach en luid gezang, De Boerebroélof danst, de stad die sjoenkelt, urenlang. Een volk met open armen, gastvrij en altijd blij, Zoals het klokje tikt in Venlo, gaat de tijd snel voorbij. Dus wandel door de stegen, proef de sfeer van weleer, Waar eens de paardentram reed, kom je altijd weer. Venlo, stad vol charme, aan de Maas haar trouwe zij, Een plek om te beminnen, voor altijd dichtbij.