Psalm 51 vers 1 en 2 - Genâ, o God, genâ, hoor mijn gebed;

Psalm 51 vers 1 Genâ, o God, genâ, hoor mijn gebed; Verschoon mij toch naar Uw barmhartigheden; Delg uit mijn schuld, vergeef mijn overtreden: Uw goedheid wordt noch paal, noch perk gezet. Ai, was mij wel van ongerechtigheid; Mijn schuld is zwaar, ik heb Uw wet geschonden; Zie mijn berouw, hoor, hoe een boetling pleit, En reinig mij van al mijn vuile zonden. Psalm 51 vers 2 Want ik gevoel de grootheid van mijn kwaad; Mijn zonde zie 'k mij steeds voor ogen zweven. 'k Heb tegen U, ja U alleen, misdreven; Uw wil en wet, hoe heilig, stout versmaad, Ik heb gedaan, wat kwaad was in Uw oog; Dies ben ik, HEER, Uw gramschap dubbel waardig, 'k Erken mijn schuld, die U tot straf bewoog; Uw doen is rein, Uw vonnis gans rechtvaardig.