Den Haag (NL), kerkklokken van de Grote Kerk (volgelui)

Den Haag (NL), kerkklokken van de Grote Kerk (volgelui) De Grote of Sint-Jacobskerk in Den Haag is de oudste en belangrijkste historische kerk van de stad. Rond 1250 stond hier al een houten kapel, die in 1276 een zelfstandige parochiekerk werd. In de veertiende en vijftiende eeuw groeide deze uit tot een grote stenen hallenkerk, gewijd aan Sint Jacobus de Meerdere. De bekende zeshoekige toren werd tussen 1420 en 1424 gebouwd en is nog altijd een opvallend herkenningspunt in de Haagse binnenstad. Na een grote brand in 1539 werd een groot deel van de kerk hersteld. Sinds de Reformatie van 1574 is de kerk protestants en groeide zij uit tot de belangrijkste kerk van Den Haag, met onder meer de graven van Constantijn en Christiaan Huygens. De toren kent al een lange klokkengeschiedenis, die na 1539 wat beter te beschrijven valt. In 1540 werd een grote luidklok door Jasper en Jan Moer gegoten, genaamd Jhesus. Deze werd van lieverlee aangevuld met een kleinere klok in 1547, Salvator genaamd, maar ook nog een voorslag - allen door Moer. Het uurwerk is gemaakt door Hendrick Vabrie, die waarschijnlijk te vereenzelvigen valt met Hendrik Steymans. Deze klokken zijn steeds aangevuld met andere grote klokken, zoals in 1570 door Hendrick van Trier, de Jacobsklok van 2900 kg en de uurslagklok van Coenraet Wegewaert in 1647 - overigens gegoten in de nabij gelegen Kloosterkerk. Lang was dit het ensemble van klokken, tot in 1686 er een nieuwe beiaard door Melchior de Haze werd gegoten. Dit was overigens niet gelijk gehuldigd, doordat De Haze beweerde eenzelfde soort kwaliteit te leveren als het Paleis op de Dam, gegoten door de gebroeders Hemony! Claude Fremy moest er bij gehaald worden om de ergste kritiek los te laten en de minst goede klokken te vergieten. In 1686 verdwenen daarmee de meeste voorslagklokken van Moer, andere kregen een nieuwe bestemming. In de jaren dertig is het carillon gerestaureerd door Taylor, die de carillonklokken herstemde naar een evenredig zwevende temperatuur. In de jaren 50 werd de beiaard nog eens gerestaureerd: daarmee zijn de basklokken, uitgezonderd de grootste, onder handen genomen door Eijsbouts, waarbij ze zich zelfs op de Van Trier- en Wegewaertklok vereeuwigden: "me corr E[ijsbouts A[stensis]". Daardoor is de originele en kleurrijke klank verloren gegaan. Afgaande van beide klokkentypen zullen ze een hoogst contrasterende klank hebben gehad. Op dat moment is de in 1547 gegoten Salvatorklok als beiaardklok opgehangen. En had men een driegelui. In 1999 is de grote klok vanwege een barst gelast. Door het buiten gebruik stellen van de Grote Kerk voor kerkelijke doeleinden, werden de klokken al jarenlang nog maar zelden gebruikt: op de ochtend van Koninginnedag en op Kerstavond enkele minuten gezamenlijk. De klok uit 1541 was ook nog te horen tijdens Dodenherdenking - 4 mei - tussen 19.45 uur en 19.57 uur. Dankzij inspanningen van Heleen van der Weel werden er plannen uitgewerkt tot wereldlijk hergebruik van de drie luidklokken in de Haagse Toren en de twee in de Raadhuistoren. Op 23 november 2011 werd dagelijks hergebruik door wethouder Marjolein de Jong hersteld. Een plaquette aan de toren herinnert hieraan. 1 - Jhesus - Jasper en Jan Moer, 1541 - 2137 mm - 6000 kg - g0+21 2 - uurklok - Coenraet Wegewaert, 1647 - 1758 mm - 3400 kg - bes0+9 3 - Oorkondeklok - Eijsbouts, 1998 - 1569 mm - 2495 kg - c1+19 Opname: 25 april 2026, 18:00. Het was een reguliere luiding van de Jhesus-klok, die echter voor de opname vergezeld werd van de andere klokken. Hartelijk dank aan Gijsbert Kok en aan Jesse voor de organisatie!