Psalm 2 vers 4, 6 en 7 - En Ik, die Vorst, met zoveel macht bedeeld

Psalm 2 (berijming 1773) Vers 4: "En Ik, die Vorst, met zoveel macht bedeeld, Zal Gods besluit aan 't wereldrond doen horen. Hij sprak tot Mij: "'k Heb heden U geteeld; Gij zijt Mijn Zoon, Gij zijt Mijn een geboren; Zeg vrij Uw eis; Ik zal Uw macht verhogen, Opdat Uw Naam alom ontzaglijk zij; Het heidendom ligg' voor Uw stoel gebogen, En 't eind der aard erkenn' Uw heerschappij." Vers 6: Vreest 's Heeren macht en dient Zijn Majesteit; Juicht, bevend op 't gezicht van Zijn vermogen, En kust den Zoon, van ouds u toegezeid; Eer u Zijn toorn verdelg' voor aller ogen, U op uw' weg tot stof doe wederkeren; Wanneer Zijn wraak, getergd door uw gedrag, U, onverhoeds, zou door haar gloed verteren, Tot staving van Zijn langgehoond gezag. Vers 7: Welzalig zij, die, naar Zijn reine leer, In Hem hun heil, hun hoogst geluk beschouwen. Die Sions Vorst erkennen voor hun Heer'; Welzalig zij, die vast op Hem betrouwen.