psalm 118 vers 12 en 14

Dit is de dag schoon uitgelezen, Dien de Heer Zelf nu gemaakt heeft; Dies moeten wij zeer verheugd wezen En verblijd zijn, want God zulks geeft. Ik bid U Heer, in mijn verdrukken, Uwen koning toch hulpe doet, Ende laat toch nu wel gelukken 's Konings ingang en hem behoedt. Gij zijt mijn God, Dien ik doe ere Met lofzangen van zoeten toon; U alleen aanbid ik, o Heere; En prijs U steeds met psalmen schoon. Danket den Heer zeer hoog geprezen, Want groot is Zijn vriendelijkheid; Zijn goedertierenheid zal wezen Bestendig in der eeuwigheid.