Door het geloof rechtvaardig (Romeinen 3:28) Leerdienst HC23, 31 mei 2026, 18:30u, Oude Kerk, Ede.

Schriftlezing(en): Psalm 32, Lukas 18:9-14 en Romeinen 3:21 - 31 Tekst: Romeinen 3:28 HC23: Door het geloof rechtvaardig Liturgie: Zingen: Ps. 65:1 en 2, Ps. 27:7, Ps. 103:2 en 4, Ps. 32:1 en 6, Ps. 85:4 Hoofdpunten van de preek De catechismus stelt belangrijke én bijdetijdse vragen: wat heb je eraan dat je dit gelooft? 1 Wat (heb je eraan)? (Rom. 3:22- HC23.59) De vraag is persoonlijk, maar richt je op de Bijbelse basis buiten jezelf. Wat heb je eraan dat je dit alles – wat beleden is over de Vader, Zoon en Geest en hun werk/gaven – gelooft? In geloof weet ik het zeker: in Christus ben ik rechtvaardig, want door het geloof word ik in Hem ingelijfd en ben ik zoals Hij. Volmaakt zoals God mij wil. Ik erf het eeuwige leven. 2 Hoe (ben je rechtvaardig)? (Rom. 3:25 - HC23.60) Alles om én vooral in mij heeft bezwaren. Mijn geweten beschuldigt mij. Door het geloof ken ik mijzelf immers. Val ik Gods oordeel bij. H/erken ik het: mijn neiging tot alle kwaad. Ondanks dit alles schenkt God – niet vanwege geloofsprestatie – maar uit gratie alles van Christus. Het is goed. Het ligt recht. Ik leef voor Hem. Want God rekent mij toe wat Hij deed. 3 Waarom (ben je rechtvaardig)? (Rom. 3:28 - HC23.60) Dit roept reacties op. Is het niet in ‘wereld’ of ‘kerk’ dan wel in je eigen hart. Is dit niet te gemakkelijk? Christus’ offer is in menselijke ogen onbegrijpelijk en ergerniswekkend. Het antwoord leidt tot diep besef: alleen door Christus ben ik, zondaar, rechtvaardig. God, verzoent in Christus de wereld. Het is alles én niets. Alles uit, door en voor Hem, niets in mij.