Alfonsina y el Mar - Ariel Ramírez - Ensemble d'Atlántico - Anna Pardo Canedo

ENSEMBLE D'ATLÁNTICO presents "Alfonsina y el mar" [The Fate of Alfonsina Storni (29/05/1892 - 25/10/1938)] Music by Ariel Ramírez Lyrics by Félix Luna Anna Pardo Canedo, soprano Andrew Wise, piano and arrangements Directed, filmed and edited by Klaas Bonnema (February 2026 – Middelkerke, Belgium) More about Ensemble d'Atlántico: https://www.ensembledatlantico.be/ A concept film by Klaas Bonnema: Een aantal jaren geleden heb ik een dierbare vriend verloren, een vriend die deelde in hetzelfde lot als dat van Alfonsina. Ik weet nog goed dat mijn eerste reflex, nadat ik kennis had genomen van zijn overlijden, niet verdriet was, noch choque, maar eerder iets zoals woede of verontwaardiging. Woede ontstaat meestal pas nadat alle andere beschikbare middelen om de situatie gunstiger te maken niet langer beschikbaar zijn. Zo onstaat, bijvoorbeeld, een panische ruzie. Maar ik was niet alleen boos op hem, maar ook op mijzelf. Eigenlijk was ik boos op alles. Ik was boos. Ik werd in het nauw gedreven. Ik werd een beest. Hoeveel had ik in al die jaren niet gedaan voor hem? Had ik het dan niet goed gedaan? Was het mijn schuld? Dat moest haast wel want alles wat ik had gedaan stond geschreven: een onomkeerbare geschiedenis die tot dit moment heeft geleid. Hoe had ik hem dan ook kunnen helpen? Over sommige dingen heb je geen macht. Dat is de volgende stap: een soort zelfvergiffenis. Maar deze stap brengt onmiddellijk een nieuwe frustratie met zich mee: ik heb geen macht gehad, ja, maar dan was ik dus ook machteloos. O wat had ik hem graag willen redden! En, nu het eenmaal duidelijk is geworden dat dit jouw doen was, ook: hoe heb jij dit kunnen doen? Net zoals ik er pas op een later reflectief moment achter heb mogen komen dat dit de diepte van mijn woede was —in het moment zelf was het eerder een krijsende kolkende jupiter van aanklachten— net zo kwam het pas op een vrij laat stadium in het creatieve proces, tijdens de opname’s zelfs, dat het personage dat Andrew speelde zich in de videoclip kon voegen. Maar laat ik eerst wat meer spreken over de locatie. Vorige zomer was ik op bezoek bij een vriendin van mij in Brussel. Haar vriend was mijn gids. Terwijl wij ons voorover bukten en hij sardonisch glunderde over de schoonheid van het Brusselse kanaal, deelde hij in zijn afkeer van de Belgische kust. In tegenstelling tot de Nederlandse stranden werden de Belgische namelijk bezet door een foeilelijke muur van beton. ‘Foeilelijk’ is slechts een mening, ja, maar toen ik de opdracht kreeg om Alfonsina’s verlangen zich met de zee te vermengen in beeld te brengen, wist meteen ik dat de notie van zo’n ‘brute’ kustlijn haar decor kon worden. Het einde, haar verlangen naar het einde is continu aanwezig, in iedere kleine dagelijkse handeling, in ieder persoonlijke interactie, in ieder straatbeeld. Net zoals het woeste van de zee en het monotone van de bebouwing naast elkaar leven in Middelkerke. Zo stelde ik het mij voor. De schoonheid die ik altijd in videoclips heb gezien is de potentie van een vrije methode. Ik ga achter de camera staan en de spelers voeren een spontaan toneelstukje uit. Toch is dit niet per se pure improvisatie. Het plan ontbreekt niet, maar het staat ook niet besloten in een script of een set van repetities. Het plan is de muziek zelf en de gevoelens die het in de makers opwekt. Het spel, de regievoering, de cinematografie druipen van de muziek af. En ook toen van op die dag dat wij met zijn drieën in Middelkerke waren heeft er iets van dat mengsel tussen die muziek en mijn gevoelens op mijn regie kunnen lekken. “Zou het niet leuk zijn als Andrew iets deed in dit shot?”, aldus Anna. Andrew zou dan een tweede begrip zijn tegenover haar eigen rol: Alfonsina. Maar wat was dat tweede begrip dan? Toevalligerwijs was Andrew op dit moment midden in een telefoongesprek. “Laten we dat vasthouden, Andrew!” (Klaas). De introductie van een bellend, ijsberend, gefrustreerd en enigszins panisch personage was dus een intuïtieve keuze. Ik zie nu pas in dat dit de invoeging van mijn eigen reflex was: een personage dat ik had kunnen zijn, ben geweest, een personage dat iets wil voorkomen, had willen voorkomen, machteloos is, onwetend, iets ziet verdwijnen, zoals ook Alfonsina aan het eind van de video verdwijnt. In deze videoclip zijn wij dus evengoed met Alfonsina als dat wij met mijn reflex zijn. Wij zien wat ik wellicht heb gezien toen ik ooit ook iemand de zee in heb zien wandelen. “Zoals een klomp zout, in het water geworpen, in hetzelfde water oplost—niet is het mogelijk hem eruit te halen, maar waar men ook water neemt is het zout.” Dit was dan mijn klompje zout dat ik in een buideltje aan Alfonsina heb meegegeven.